The Golden Sufi Center

The Return of the Feminnine

De Terugkeer van het Vrouwelijke en de Wereldziel
Llewellyn Vaughan-Lee


Fragment in het Nederlands:
Voorwoord door Sandra Ingerman
Introductie door Llewellyn Vaughan-Lee
1: Het Vrouwelijke Mysterie van de Schepping opnieuw claimen

g


 

g


VOORWOORD
door SANDRA INGERMAN

Ik ontmoette Llewellyn Vaughan-Lee in 2005. Sinds die tijd volg ik de werken van Llewellyn over het goddelijk vrouwelijke, en als vrouw en praktiserend sjamaan, merk ik dat zijn werk tot mijn hart spreekt. Ik zag dat, hoewel we op verschillende golven surfen, we uit lijken te komen op dezelfde kust.

Traditionele leringen omarmen het goddelijk vrouwelijke op een manier die cruciaal is voor de genezing van onszelf en de aarde. Duizenden jaren lang weet men dat alles wat bestaat in deze wereld leeft, en een spirit heeft. Wij zijn verbonden met een net van leven dat is samengebald door het gedrag van alles wat leeft. Dit aloude begrip van het goddelijk vrouwelijke, de onderling verbondenheid van de hele schepping is een centraal thema in Llewellyn’s werken. Hij schrijft dat, wanneer we spreken over de ziel van bomen, rotsen, rivieren etc., we spreken tot het goddelijke in de schepping.

In het sjamanisme bestaat een oefening die uit verschillende tradities komt, namelijk, intens luisteren. Door intens te luisteren weten we hoe we kunnen vermijden de wereld opnieuw te vernietigen. De antwoorden liggen in de natuur – de natuur maakt ons altijd deelgenoot van haar lessen. De antwoorden liggen ook in onze eigen natuur/innerlijke wijsheid. We moeten de energie van ons hoofd naar ons hart verplaatsen. We moeten ons herinneren wat we fijn vinden in het leven en wat ons brengt naar een plek van ontzag en verwondering, onze passie opnieuw ontsteken. We moeten ons herinneren hoe het leven in ere te houden en te respecteren met iedere ademhaling, stap, woord, en gedachte. Wat jij prijst, prijst ook jou.

We kunnen de beoefening van intens luisteren gebruiken om verder te gaan dan wat onze dagelijkse oren horen, terug naar opvattingen over het onzichtbare, het vrouwelijke weten en kennen, en de liefde die ons allen verbindt. Om de planeet maximaal dienstbaar te zijn, moeten we ons opnieuw verbinden met het aangeboren vrouwelijk weten, dat ons leert over de kracht van verandering die van zijn komt, en niet van doen.

In ‘De Terugkeer van het Vrouwelijk en de Wereldziel,’ stelt Llewellyn o.a. al deze principes op unieke wijze aan de orde. Llewellyn’s gave om te schrijven gaat verder dan een intellectuele benadering. Zijn ware gave is dat hij de woorden vindt die diep je cellen binnendringen zoals een bloem het levengevende licht van de zon opzuigt na een krachtig verfrissende regenbui. Op deze manier schept hij de ruimte voorbij het denken, en staat je toe om in contact te komen met de vergeten en veronachtzaamde plek van dat heilige weten, en de leringen te leven.

Ik heb alle boeken van Llewellyn Vaughan-Lee gelezen en ben door ieder boek geïnspireerd. In dit boek zet Llewellyn al zijn lezingen over het vrouwelijke bij elkaar, en benadrukt steeds opnieuw het grote belang ervan bij het werken aan wereldwijde genezing en transformatie, en de regeneratie van het leven. In deze werken herinnert hij ons aan de oergeheimen van de schepping, die bij het vrouwelijke horen. Hij benadrukt dat dit diepe weten van nature een ondeelbaar deel is van het vrouwenlichaam en haar innerlijk weten, en dat het met name in een tijd van grote crisis nodig is om het leven zoals het bedoeld is nieuwe kracht te geven. Hij herinnert ons ook aan ons oeroude begrip anima mundi, de ziel van de wereld, en hoe wezenlijk haar aanwezigheid in deze tijd is. Het is tijd dat we de ziel van de wereld terugbrengen door deze levengevende kracht in ere te herstellen.

Ik weet dat iedereen die dit boek leest geïnspireerd zal worden. Dus lees verder.

—SANDRA INGERMAN
Auteur van Medicine of the Earth en How to Heal Toxic Thoughts
www.sandraingerman.com

g



INTRODUCTIE door
Llewellyn Vaughan-Lee

De volgende introductie is van wezenlijk belang voor de lezer
om de uiteenzetting van deze bundeling geschriften en lezingen,
en de bijdrage daarvan op dit moment, in deze tijd, te begrijpen.


De ontmoeting is vol geuren
bij het noemen van haar
en iedere tong spreekt haar naam uit.
— Ibn ‘Arabî

De volgende hoofdstukken zijn een bundeling van mijn werken over het vrouwelijke van 1991 tot 2008. Gedurende deze jaren heb ik geschreven, lezingen gegeven over het onderwerp, het vrouwelijke principe, het heilig vrouwelijke. Mijn eerste geschriften gaan over mijn eigen ervaring van het vrouwelijke vanuit een psychologisch perspectief, de anima of zielenfiguur binnen mijn eigen psyche, zoals zij zichzelf uitdrukte in dromen en beelden, haar duisternis en licht, haar macht en schoonheid. Vanuit deze innerlijke verbinding met het vrouwelijke, dat maar al te vaak wordt afgewezen, verkeerd begrepen en mishandeld, begon ik de rol van het vrouwelijke in de spirituele zoektocht te waarderen en te begrijpen; het belang van luisteren, ontvankelijkheid, van een heilige ruimte, die nodig is voor spirituele wedergeboorte en het verlangen van de ziel te leven.

Deze vrouwelijke eigenschappen horen bij zowel mannen als vrouwen, en zij trekken ons in de diepte binnenin ons, binnen het mysterie van de ziel, genaamd de wijsheid Sophia. Zij verbinden ons opnieuw met de oerpijn van het vrouwelijke dat zo zeer misbruikt is door onze mannelijke cultuur. Wij gaan haar tranen en wonden ervaren, haar pijn die ook de pijn van onze eigen ziel is. Binnen het rijk van het vrouwelijke is alles verbonden en wordt er niets uitgesloten. En door met mensen te werken, met name met vrouwen, door naar hun dromen en verhalen te luisteren, ging ik zien dat deze pijn, deze ontkenning, als een wond binnen ieder van ons zit, die begrepen en vergeven moet worden, willen we ons ware spirituele erfdeel claimen, de aangeboren kennis van het vrouwelijke en de wijsheid van de aarde.

Mijn eigen reis voerde mij voorbij mijn persoonlijke zoektocht het drama van het geheel binnen, ik voelde het lijden van de aarde, haar verlangen om te ontwaken uit deze nachtmerrie van uitbuiting en patriarchale hebzucht. Hier ervoer ik de dringende behoefte om de wijsheid en de macht van de Godin opnieuw te claimen, Haar genezing en herscheppend vermogen. En ik zag een moment dat deze energie met name in vrouwen aanwezig is, en dat vrouwen een cruciale rol te spelen hebben bij het bevrijden van het heilig vrouwelijke, en opnieuw moeten leren om daarmee te werken. Hoewel het vrouwelijke een belangrijk deel is van de mannelijke psyche, draagt de vrouw haar wijsheid en macht in iedere cel van haar lichaam, en heeft zij een verantwoordelijkheid om haar potentiaal opnieuw tot leven te roepen.

In het verhaal van onze relatie tot de aarde werd ik verder getrokken, terug naar het oude inzicht van de anima mundi, de ziel van de wereld, het goddelijke principe binnen de schepping. Door de geschiedenis heen, in verschillende tijden en culturen, bestaat er een relatie met de anima mundi, en manieren om met haar te werken, haar in het dagelijks leven te brengen, vooral door kunst en verbeelding. Dit vrouwelijk bewustzijn binnen heel het leven heeft onze aandacht nodig om onze beschaving en onze wereld te redden. Haar kreet moet gehoord worden, en haar weten in ons bewustzijn gebracht worden.

Mijn eigen spirituele reis volgt het Soefipad van liefde, waarvan de mysteriën van het hart altijd een centrale plaats hebben voor het vrouwelijke. Voor de Soefireiziger is het de vrouwelijke eigenschap van het verlangen in de liefde die ons terugtrekt naar onze Geliefde. De mystieke minnaar wacht in een diepe ruimte van vrouwelijke ontvankelijkheid en onwetendheid, waar de Geliefde Zichzelf kan onthullen. Deze innerlijke liefdesaffaire van de ziel met God heeft me veel geleerd over de relatie met het vrouwelijke, en de Soefitraditie van beelden en mystieke poëzie heeft me geholpen om iets van haar mysterie te verwoorden. De geur van deze traditie van minnaars zal aanwezig zijn op de pagina’s.

Hoewel dit materiaal vanuit mijn eigen persoonlijke reis komt, heb ik benadrukt dat het werk van het vrouwelijke hoort bij de genezing en transformatie van het geheel. Het boek begint met hoofdstukken die zich richten op de behoefte om het vrouwelijke te herwaarderen, inzicht te krijgen hoe zij een centrale rol speelt in het werk van wereldwijde genezing en transformatie. Haar natuurlijk bewustzijn bevat een diep inzicht in de onderlinge verbondenheid van het leven, hoe alle verschillende delen met elkaar in verbinding staan: hoe haar ontwakende eenheid zich kan ontvouwen. En iedere vrouw heeft in haar spirituele centra de heilige substantie van de schepping, die nodig is voor de regeneratie van het leven. Zonder de volledige deelname van het vrouwelijke kan er niets nieuws geboren worden. De lezer wordt daarna meegenomen naar de dimensie van de anima mundi, wier aloude wijsheid en inzicht van de eenheid van het leven nodig is, wil de wereld gered worden. Ik heb, als bijlage een psychologisch en spiritueel perspectief van het vrouwelijke toegevoegd, dat begon als een onderzoek, hoe de reis naar de ziel van de wereld begon met mijn eigen ziel.

Deel van de moeilijkheid om het vrouwelijke te begrijpen en te beschrijven is haar zeer moeilijk te vangen natuur, de sluiers die haar omhullen, maar ook onze patriarchale onderdrukking en ontkenning van haar wijsheid en macht. Ook werden de oude vrouwelijke mysterien, haar inwijdingen en leringen nooit opgeschreven. Zij wordt niet gemakkelijk vastgelegd, maar is mysterieus in haar voortdurende beweging en verandering. Zij behoort veeleer tot het zilverkleurige licht van de maan en haar vele reflecties, dan tot het schelle licht van mannelijk zonlicht en zijn rationele constructies. Zij zinspeelt gemakkelijker, en maakt toespelingen, duidt het mysterie en de matrix van de schepping die eerder een wonder is, dan iets dat uitgelegd moet worden. Dus proberen deze hoofdstukken niet een rationele, lineaire uitleg van het vrouwelijke te geven, maar zijn meer facetten van een spiegel die verschillende vrouwelijke eigenschappen weerspiegelt, en manieren van zijn. In dit verzameld materiaal zijn vele herhalingen, daar ieder hoofdstuk een telkens terugkerend thema behandeld vanuit een net iets ander perspectief, en zo door het hele boek een ronder en completer beeld van het herhaalde thema naar voren komt. Dit is ook deel van het vrouwelijke mysterie, wier schepping een eeuwige rondgang van de zich ontwikkelende herhaling is. Ieder moment wordt hetzelfde goddelijke mirakel uitgedrukt, net even op een andere manier.

Ook heeft de herhaling op zich een waarde: na zo’n lange tijd en zo’n diepe conditionering van verwaarlozing en vergeten van de natuur, en de kwaliteit en het belang van het vrouwelijke in onze cultuur, is er een behoefte om haar in het bewustzijn terug te brengen. In een cultuur die zo diep geworteld is in mannelijk waarden als de onze, is het slechts één keer verwoorden van deze lang vergeten thema’s niet genoeg. Er bestaat een behoefte om haar steeds weer te benadrukken, totdat haar kwaliteiten weer deel worden van onze verhouding tot het leven. Hoe meer we aan haar herinnerd worden, des te beter zij vaste grond onder haar voeten vindt in ons individuele bewustzijn, en in onze collectieve cultuur.

Het vrouwelijke behoort zowel tot de innerlijke werelden als tot de uiterlijke wereld van de schepping. Zij is deel van het mysterie van de ziel, van de schoot van de wereld. Onze mannelijke cultuur richt zich op een externe, definieerbare en meetbare wereld, maar het vrouwelijke kent een andere dimensie – wat binnenin verborgen is, vaak in de duisternis. Veel van deze geschriften behoren tot de innerlijke werelden, die rationeel gezien thuis horen bij de mysticus en de sjamaan, de dichter, de priesteres en de ziener. Deze rijken, vaak vol symbolen, gevoelens en beelden, binnengetreden door visioenen en verbeelding, zijn niet goed bekend in onze cultuur, en onze taal is slecht toegerust om ze te beschrijven, net als onze taal zelf tot een masculiene, rationele cultuur behoort, één die ervan houdt om de dingen veeleer te definiëren dan een toespeling op te maken. Bij het lezen van dit boek is het van belang om de beperkingen van de taal te herkennen, en toe te staan om dat, wat voorbij woorden gaat, tot je te laten spreken.

In plaats van de rol van het vrouwelijke op een logische, lineaire manier te bespreken, proberen deze hoofdstukken de lezer in haar wijsheid en mysterie te trekken. Er bestaat geen enkelvoudige definitie van het vrouwelijke, maar er kan een ontwaken zijn van haar wijzen, van haar kwaliteiten en krachten. Soms heb ik haar ‘de goddelijke’ genoemd, of ‘de Godin’ of ‘het vrouwelijke principe’ of de ‘anima mundi.’ Het vrouwelijk houdt er niet van gevangen te worden in een enkelvoudige naam of vastgelegde beschrijving. Zij is een manier van verbondenheid met het leven, met zichzelf en met het goddelijke.

Het is ook van belang te onthouden dat het goddelijk vrouwelijke niet in tegenstelling of oppositie tot het mannelijke is. Binnenin haar heilige heelheid wordt alles ingesloten. En wanneer ik refereer aan het niet te kennen aspect van het goddelijke dat voorbij ieder vorm is of het kennen van Hij, heeft Het geen geslacht: “Hij” is niet mannelijk tegenovergesteld aan het vrouwelijke. Hoewel we in een cultuur leven die gedomineerd wordt door scheiding, is het goddelijke boven iedere scheiding. Toch heeft het vrouwelijke haar eigen geur, haar speciale magie. Hopelijk komt in deze bladzijden haar ware natuur in het bewustzijn. Zij zal een paar van haar kwaliteiten onthullen. Een paar sluiers optillen.

g



1: Het Vrouwelijke Mysterie van de Schepping opnieuw claimen


“Toen herkende de schepping haar Schepper in haar eigen vormen en verschijningen. Want, in den beginne, toen God zei, ‘Laat het zijn!’en het gebeurde, waren de middelen en de Matrix van de schepping Liefde, omdat de hele schepping gevormd werd door Haar als in één ogenblik”
— De heilige spirit als SAPENTIA ST.HILDEGARD VON BINGEN

DE MATRIX VAN DE SCHEPPING

Het vrouwelijke is de matrix van de schepping. Deze waarheid is heel diep en heel elementair, en iedere vrouw kent het in de cellen van haar lichaam, in haar instinctieve diepten. Uit de substantie van haar wezen zelf komt het leven voort. Zij kan ontvangen en leven geven, deelnemen aan het grootste mysterie, en een ziel tot leven brengen. En toch zijn we de diepte van het mysterie vergeten, of is ons ontzegd, dat het goddelijke licht van de ziel een lichaam creëert in de baarmoeder van een vrouw, en dat de moeder deelneemt aan dit wonder, haar eigen bloed geeft, haar eigen lichaam, aan wat geboren gaat worden. Onze cultuur, die zich richt op een onstoffelijke, transcendente God, heeft vrouwen beroofd, en hen de heiligheid van dit simpele mysterie van goddelijke liefde ontzegt.

Wat we niet beseffen is dat deze patriarchale ontkenning niet alleen ieder vrouw beïnvloedt, maar ook het leven zelf. Wanneer we het goddelijke mysterie van het vrouwelijke ontzeggen, ontkennen we ook iets fundamenteels in het leven. We scheiden leven af van haar heilige kern, van de matrix die de hele schepping voedt. We scheiden onze wereld af van de bron die alleen kan helen, voeden en transformeren. Dezelfde heilige bron die leven geeft aan ieder van ons, is nodig om betekenis aan het leven te geven, het te voeden met wat echt is, en ons het mysterie te ontsluieren, de goddelijke bedoeling van te leven. Daar de mensheid een centrale functie heeft in de schepping als geheel, geldt, dat wat we onszelf ontzeggen, we het leven als geheel ontzeggen. Door het vrouwelijke haar heilige kracht en bedoeling te ontzeggen, hebben we het leven op vele manieren verzwakt, en we kunnen het niet plaatsen. We hebben het leven haar heilige bron van betekenis en goddelijke bedoeling ontzegd, dat begrepen werd door de oeroude priesteres. We kunnen wel denken dat de vruchtbaarheid’s riten en andere ceremonieen alleen hoorden bij de behoefte aan voortplanting, of een succesvolle oogst. In onze huidige cultuur kunnen we niet snappen dat een dieper mysterie plaats vond, één die bewust het leven verbond met de bron in de innerlijke werelden, een bron die de heelheid van het leven vasthield als een belichaming van het goddelijke, en het wonder van het goddelijke toestond op ieder moment aanwezig te zijn.

De dagen van de priesteres, hun tempels en ceremonieën zijn voorbij, en omdat de wijsheid van het vrouwelijke niet beschreven werd, maar mondeling werd overgedragen (logos is een mannelijk principe), ging de heilige kennis verloren. We kunnen het verleden niet opnieuw claimen, maar we kunnen een wereld zonder haar aanwezigheid waarnemen, een wereld die we uitbuiten door hebzucht en macht, die we verkrachten en vervuilen zonder enige interesse. We kunnen het werk beginnen met haar weer welkom te heten, ons weer met het goddelijke te verbinden, dat de kern van de schepping is, en weer leren om met de heilige principes van het leven te werken. Zonder de tussenkomst van het goddelijk vrouwelijke zullen we in deze fysieke en spirituele woestenij blijven die we geschapen hebben, en aan onze kinderen een zieke en ontheiligde wereld doorgeven.

De keuze is simpel. Kunnen we ons de heelheid die in ons is herinneren, de heelheid die geest en materie verenigt? Of gaan we door op deze weg die het goddelijk vrouwelijke verbannen heeft, die vrouwen afgesneden heeft van hun heilige macht en kennis? Als we het eerste kiezen, kunnen we beginnen de wereld opnieuw te claimen, niet met mannelijke plannen, maar met de wijsheid van het vrouwelijk, de wijsheid die bij het leven zelf hoort. Als we het laatste kiezen kunnen we een paar oplossingen aan de oppervlakte uitproberen met nieuwe technologie. We kunnen wereldwijde opwarming en vervuiling met wetenschappelijke plannen bevechten. Maar er zal geen echte verandering zijn. Een wereld die niet verbonden is met haar ziel, kan niet genezen. Zonder de deelname van het goddelijk vrouwelijke kan er niets nieuws geboren worden.

HAAR HEILIGE WIJSHEID WEER CLAIMEN

Als de kennis van het heilig vrouwelijke verloren gegaan is, hoe kunnen we dan weten wat we moeten doen? Deel van de wijsheid van het vrouwelijke is om te wachten, te luisteren, en ontvankelijk te zijn. Een vrouw weet niet bewust hoe zij het licht van een ziel in haar baarmoeder moet brengen en haar helpen een lichaam te vormen. En toch gebeurt dit wonder in haar. Ook weet ze niet bewust hoe ze dit licht moet voeden met haar eigen licht, en hetzelfde geldt voor het bloed dat ze geeft om het lichaam te helpen groeien. Zij is het licht dat geboren wordt in materie, en haar zwangerschap is een tijd van ontvankelijkheid, van wachten, luisteren en voelen wat er in haar gebeurt. Zij en de Grote Moeder zijn één wezen en als zij binnenin luistert wordt haar de kennis gegeven die ze nodig heeft.

We kunnen dan deze simpele vrouwelijk wijsheid van luisteren verloochend hebben, en in dit informatie tijdperk, overspoeld met zoveel woorden, is het gemakkelijk om de instinctieve kennis die van binnenuit komt onder te waarderen. Maar de heilige principes van het leven zijn nooit opgeschreven: zij horen bij de hartslag, bij de adem en de stroom van bloed, zij bestaan zoals de regen en de rivieren, de wassende en afnemende maan. Als we leren luisteren, zullen we ontdekken dat het leven, de Grote Moeder, tot ons spreekt en ons vertelt wat we nodig hebben. We leven in een tijd dat de wereld sterft en wacht om opnieuw geboren te worden, en alle woorden in onze bibliotheken en op het internet zullen ons niet vertellen wat we moeten doen. Maar het heilig vrouwelijke kan haar geheimen met ons delen, ons vertellen hoe te zijn, hoe we haar wedergeboorte kunnen ondersteunen. En omdat we haar kinderen zijn, kan ze tot ieder van ons spreken, als we de deemoed hebben om te luisteren.

Hoe kunnen we luisteren naar dat wat we niet kennen? Hoe kunnen we opnieuw claimen wat we zo lang geleden verloren hebben? Ieder moment is nieuw. Het huidige moment is niet slechts een opeenstapeling van verleden momenten, maar leeft op zijn eigen manier, compleet en perfect. En het is het moment dat onze aandacht vraagt. Alleen in het moment kunnen we volledig wakker zijn en reageren op de juiste behoefte. Alleen in het nu kunnen we volledig aandachtig zijn. Alleen in het nu kan het goddelijke ontstaan. Mannen kunnen dan wel plannen maken, maar een moeder die aandacht voor haar kinderen heeft, kent de ware behoefte van het moment. Zij voelt in haar wezen de onderlinge verbinding van heel het leven op een manier die voor het mannelijke versluierd is. Zij weet dat je geen plannen kunt maken wanneer er zo veel variabelen zijn, maar alleen kan reageren met de wijsheid die het geheel, en al die verbindingen insluit. Het goddelijk vrouwelijke vraagt ons om in het leven aanwezig te zijn, in al haar heelheid, zonder oordeel of plan. Dan kan ze tot ons spreken en het mysterie van haar wedergeboorte onthullen.

En omdat dit een geboorte is moet het vrouwelijke aanwezig zijn, niet als een idee, maar als een levende aanwezigheid in ons, in zowel mannen als vrouwen, omdat, hoewel vrouwen heel volledig het goddelijk vrouwelijke belichamen, een deel van hun geheim ook gedeeld wordt met mannen, net zoals de zoon een deel van zijn moeder draagt dat, in zekere zin, verborgen is voor haar dochter. Toch is het leven van het vrouwelijke iets dat we bijna vergeten hebben: onze patriarchale cultuur heeft haar macht en echte wijsheid ontkend, heeft haar zowel steriel gemaakt als van haar magie gescheiden, die hoort bij de ritmen van de schepping. Maar we hebben haar nodig, meer dan we ons durven te realiseren.

Om het goddelijk vrouwelijke echter volledig te ontmoeten, het creatieve principe van het leven, moeten we voorbereid zijn op haar woede, op de pijn die voortkomt uit het misbruiken van haar. Eeuwenlang heeft onze mannelijke cultuur haar natuurlijke krachten onderdrukt, haar tempels verbrand en haar priesteressen gedood. Door zijn drijfveer naar beheersing, en zijn angst voor het vrouwelijke, van wat hij niet kan begrijpen of controleren, heeft het patriarchaat niet alleen haar genegeerd, maar doelbewust gemarteld en vernietigd. Hij heeft haar niet alleen verkracht, maar het weefsel van het leven zelf verscheurd, de oerheelheid waarvan zij de hoedster is. En het vrouwelijke is boos, alhoewel haar angst onderdrukt is, tezamen met haar magie.

Het vrouwelijke verwelkomen, betekent haar pijn en woede erkennen en accepteren, tezamen met het deel dat we gespeeld hebben in deze ontheiliging. Vrouwen hebben ook vaak samengespannen met het mannelijke, hun eigen kracht en natuurlijk magie ontkend, en in plaats daarvan mannelijke waarden, en hun manier van denken geaccepteerd. Zij hebben hun diepste zelf bedrogen. Maar we moeten ook voorzichtig zijn om niet in de duisternis gevangen te raken, in de dynamiek van misbruik, woede en bedrog.

Het is vooral gemakkelijk voor vrouwen om geïdentificeerd te raken met het lijden van het vrouwelijke, hoe ze behandeld is door het masculiene, om hun eigen pijn en woede op mannen te projecteren. En dan zijn we voorwaar nog meer gevangen in dit net, dat ons transformatie onthoudt. Als we ons met de pijn van het vrouwelijke identificeren worden we gemakkelijk een instrument van haar woede, in plaats van dieper in het mysterie van het lijden te gaan, het licht in, dat altijd verborgen is in de duisternis. Aangezien in de diepten van het vrouwelijke een diep weten is, dat het misbruik ook een onderdeel is van de cyclus van de schepping. De Grote Moeder belichaamt een heelheid die zelfs de ontkenning van Haarzelf inhoudt, en we hebben Haar heelheid nodig, willen we overleven en opnieuw geboren worden.

Echte transformatie, zoals iedere geboorte, heeft zowel de duisternis als het licht nodig. We weten dat het vrouwelijke misbruikt is, net zoals de planeet aanhoudend wordt vervuild. Maar de vrouw die de pijn heeft ervaren bij een geboorte, die het bloed kent dat bij de geboorte hoort, is ingewijd in de duisternis; ze kent de cycli van de schepping die voor het masculiene verborgen is. Zij moet zichzelf geven en zich toevertrouwen aan het kennen van de cyclus van dood en geboorte en door dat te doen de pijn die ze onderging in ere houden. Dan zal ze ontdekken dat haar magie en macht weer op een andere manier geboren worden, aan haar teruggegeven worden, op een manier die niet langer door het masculiene en zijn drive naar macht aangetast worden. Maar zonder haar volledige deelname bestaat het gevaar van een doodgeboren kind; dan zal de huidige cyclus van de schepping haar potentiaal niet realiseren.

Eerst moeten we het lijden van het vrouwelijke erkennen, van de aarde zelf, anders blijft het licht in het vrouwelijke voor ons verborgen. We moeten de prijs betalen voor onze wensen om de natuur te domineren, voor onze aanmatigende handelingen. We zijn niet gescheiden van het leven, van de wind en het weer. We zijn deel van de schepping en we moeten vergeving vragen, verantwoording nemen voor ons gedrag en handelingen. We moeten bewust het volgende tijdperk binnengaan, en onze misstappen erkennen. Alleen dan kunnen we haar volledig eren en haar horen. Maar er bestaat altijd de mogelijkheid dat we die stap niet zetten. Dat we, als opstandige kinderen de pijn niet erkennen die we onze moeder aangedaan hebben, en de heelheid die zij belichaamt niet claimen. Dan zullen we in de duisternis blijven die onze ziel begint te verslinden: de lege beloften van materialisme, de gefragmenteerde wereld van fanatisme. Een stap doen naar volwassenheid is altijd de erkenning van onze misstappen, van de fouten die we gemaakt hebben.

ONZE EIGEN HEELHEID GEBOREN LATEN WORDEN

Het is een echte uitdaging om de matrix van het vrouwelijke in te stappen, om iets zo heiligs en zo simpels te eren als de echte wijsheid van het leven. En terwijl we aan de rand van onze huidige wereldwijde afgrond staan, hebben we deze wijsheid meer nodig dan we beseffen. Hoe vaak heeft deze wereld niet aan de rand van uitsterven gestaan, hoe vaak in de miljoenen jaren van haar bestaan heeft zij niet rampen onder ogen moeten zien? Nu hebben we onze eigen ramp gecreëerd met onze onnozelheid en hebzucht, en de eerste stap is hulp vragen aan onze moeder, en luisteren naar haar wijsheid. Dan zullen we ons in een heel andere omgeving bevinden dan we ons nu kunnen voorstellen. We zullen ontdekken dat er veranderingen aan de gang zijn in de diepten van de schepping waar we deel van uitmaken, en dat de vervuiling en de pijn die we veroorzaakt hebben, deel is van een cyclus van het leven, die onze eigen schijnbare vernietiging heeft veroorzaakt. We zijn niet afgesloten, zelfs niet met onze fouten. We zijn deel van het geheel van de schepping, zelfs als we het geheel ontkend hebben. In onze overmoed hebben we ons afgescheiden van het leven, en toch kunnen we nooit afgescheiden zijn. Dat is nu net de illusie van het mannelijke denken. Het is slechts een mythe gecreëerd door het ego.

Alles is deel van het geheel, zelfs in haar fouten en rampen. Wanneer we eenmaal teruggekeerd zijn naar dit simpele besef, zullen we ontdekken dat er veranderingen plaats vinden die onze deelname vragen, die onze aanwezigheid behoeven. We zullen zien dat de as van de schepping aan het veranderen is, en er iets nieuws gaat komen, wat anders is dan nu het geval is. We worden opnieuw geboren, niet in afgescheiden zin, maar als een compleet geheel. We hebben in onze masculiene bewustzijn geen beelden die bedenken wat het zou kunnen zijn, maar dit betekent niet dat het niet gebeurt. Iets in ons weet dat het huidige tijdperk voorbij is, dat de tijd van afscheiding ten einde is. We voelen dit nu het duidelijkst in het negatieve, en we weten dat de beelden van het leven ons niet langer ondersteunen, dat consumentisme zowel onze ziel als de planeet doodt. En toch is er ook iets net voorbij de horizon, als een dageraad, die we kunnen voelen, ook als we hem niet kunnen zien.

En deze dageraad draagt een licht, en dit licht roept ons, roept naar onze ziel, ook als is dat nog niet naar ons verstand. En het vraagt ons om het te verwelkomen, het tot leven te wekken. En als we het wagen dat te doen, “ja” te zeggen tegen deze dageraad, zullen we ontdekken dat dit licht in ons is, en dat iets in ieder van ons tot leven gewekt wordt. We zijn deel van een gedeeld mysterie: wij zijn het licht dat verborgen is in de materie dat wakker gemaakt wordt.

Vele eeuwen zijn we al gevangen in de mythe van afscheiding, staan geïsoleerd van elkaar en van de energieën van de schepping die ons ondersteunen. Maar nu bestaat er een groeiend licht dat de kennis van eenheid draagt, de eenheid die leeft met de imprint van het goddelijke. Dit is wat er aan ons wordt teruggegeven. Dit is het licht dat wakker wordt. Het licht van eenheid is een reflectie van de goddelijke eenheid van het leven, en we zijn, ieder van ons, een directe uitdrukking van deze eenheid. En deze eenheid is geen metafysisch idee, maar iets heel simpels en gewoons. Zij is in iedere ademhaling, in iedere vleugelslag van iedere vlinder, in ieder stuk vuil achtergelaten in de straten van de stad. Deze eenheid is leven, leven, niet alleen uitgedrukt door de gefragmenteerde visie van het ego, maar in het hart, gevoeld in de ziel. Deze eenheid is de hartslag van het leven. Het is de herkenning van de schepping van haar Schepper. In deze eenheid viert het leven zichzelf en haar goddelijke oorsprong.

Het vrouwelijke kent deze eenheid. Zij voelt haar in haar lichaam, in haar instinctieve wijsheid. Zij ken de onderlinge verbondenheid, net zoals zij weet hoe haar kinderen te voeden. En toch heeft dit weten tot nu toe niet het helle licht van mannelijke bewustzijn gedragen. Het is verborgen gebleven in haar, in de duisternis van haar instinctieve zelf. En deel van haar pijn was dat zij niet wist hoe ze haar weten moest gebruiken in de rationele en wetenschappelijke wereld waarin we wonen. In plaats van haar eigen kennis te waarderen heeft ze het spel gespeeld van het mannelijke, en imiteerde zijn denken, en legde haar kennis over relaties terzijde, met haar gevoel van de patronen die bij de schepping horen.(2)

Nu is het tijd om deze wijsheid van het vrouwelijke te combineren met mannelijk bewustzijn, zodat een nieuw inzicht van de heelheid van het leven gebruikt kan worden om ons te helpen onze wereld te genezen. Onze huidige wetenschappelijke oplossingen komen voort uit mannelijke middelen van analyses, de denkrichting van de afscheiding zelf, die de problemen heeft veroorzaakt. We kunnen ons niet langer veroorloven onszelf te isoleren van het geheel, en het feit dat onze problemen wereldwijd zijn, illustreert dat. Wereldwijde opwarming is niet slechts een wetenschappelijk beeld of concept, maar een dramatische realiteit. Door mannelijke en vrouwelijke wijsheid te combineren, kunnen we de relatie tussen de delen en het geheel gaan begrijpen, en als we luisteren kunnen we het leven horen vertellen, hoe we deze onevenwichtigheid moeten goed maken.

Er bestaat een licht in het leven, bekend bij de alchemisten als de lumen naturae, dat tot ons kan spreken, spreken tot het licht van ons eigen besef. Er bestaat een oerdialoog van licht tot licht, dat iedere genezer kent als zij luistert naar het lichaam van haar patiënt, en toestaat om met haar te communiceren, toestaat haar licht te laten spreken tegen het licht in haar. Door deze dialoog van licht komt zij te weten waar ze haar handen moet plaatsen, de kruiden die nodig zijn, de drukpunten die aangeraakt moeten worden. Deze directe communicatie wordt gecombineerd met de kennis over genezing die ze geleerd heeft, en zij staat toe dat alchemie plaats vindt, die de energie in de patiënt kan wakker maken, en het lichaam met de ziel op één lijn kan brengen. Op deze manier vindt echte genezing plaats, en wat voor het individu geldt, is ook waar voor de wereld, behalve dat we zowel de patiënt als de genezer zijn. De wonden van de wereld en de onevenwichtigheid zijn onze wonden en onevenwichtigheid, en we hebben in ons de kennis, en het inzicht om onszelf en de wereld op één lijn te brengen. Dit is deel van het mysterie van de heelheid van het leven.

Het vrouwelijke kan ons het inzicht geven over hoe de diverse delen van het leven met elkaar in relatie staan, hun patronen van verbindingen, de onderlinge verbondenheid die het leven voedt. Zij kan ons helpen om bewust te zien wat ze instinctief weet, dat alles deel uitmaakt van een levend, organisch geheel, waarin alle delen van de schepping samen communiceren, en dat iedere cel van de schepping het geheel uitdrukt op een unieke manier. Het begrijpen van de organische heelheid van het leven hoort bij het instinctieve weten van het vrouwelijke, maar gecombineerd met mannelijk bewustzijn kan dit gecommuniceerd worden met woorden, niet alleen met gevoelens. We kunnen de wetenschap van het verstand en de zintuigen combineren met innerlijk weten. Een blauwdruk van de planeet kan ons gegeven worden, die het ons mogelijk maakt om in creatieve harmonie met al het leven te leven.

EEN NIEUWE MAGIE IS AANWEZIG

Wat betekent het om het vrouwelijke opnieuw te claimen? Het betekent onze heilige verbinding met het leven eren, dat in ieder moment aanwezig is. Het betekent beseffen dat het leven één geheel is, en de onderlinge verbindingen gaan herkennen, die het net van het leven vormen. Het betekent beseffen dat alles, iedere handeling, zelfs iedere gedachte het geheel beïnvloedt. En het betekent ook het leven tot ons te laten spreken. We worden onophoudelijk gebombardeerd door vele, vele indrukken, door heel veel media en advertenties, en het is daarom niet gemakkelijk om de simpele stem van het leven zelf te horen. Maar zij is aanwezig, zelfs binnen de begoocheling van onze angsten en wensen, onze zorgen en verwachtingen. En het leven wacht op ons luisteren: het hoeft alleen maar aanwezig en aandachtig te zijn. Het probeert ons de geheimen van de schepping te vertellen, zodat we kunnen deelnemen aan het wonder dat geboren wordt.

We zijn verbannen uit onze eigen huis, en ons is een leeg landschap vol zielloze fantasieën verkocht. Het is tijd om naar huis terug te keren, te claimen wat ons toebehoort, het heilige leven, waar we deel van uitmaken. Dit is wat ons wacht, en de tekenen hiervan verschijnen om ons heen. Zij bevinden zich niet alleen in onze ontevredenheid, in ons gevoel dat we uitgebuit worden, en tegen ons gelogen wordt. Zij zitten in de kwaliteit van de magie, die begint te verschijnen, zoals de vleugelslag van engelen, die we niet kunnen zien maar wel voelen. We worden eraan herinnerd wie we werkelijk zijn, aan de goddelijke aanwezigheid, die in onszelf en in het leven is. We verlangen naar deze magie, naar een leven dat de binnen en buitenwereld verenigt. En dit andere is al bij ons op een manier die we niet zouden verwachten. We hoeven alleen maar open te zijn en ontvankelijk, “ja” te zeggen tegen wat we niet kunnen zien of aanraken, maar kunnen voelen en op reageren. En voor ieder van ons zal deze ontmoeting anders zijn, uniek. Het is het heilige binnen het leven dat tot ons spreekt, in onze eigen taal. Voor de tuinman spreekt het in de magie van planten, voor de moeder in iets onverwachts ten opzichte van haar kinderen – het is altijd iets vluchtigs, nog niet bekend – een belofte waar we op gewacht hebben. Kinderen voelen het het eerst, maar voor hen is het niet zo vreemd; het is deel van de lucht die ze inademen, het licht waarin ze leven. Zij zijn nog niet volledig verbannen, en mogelijk groeien zij op in een wereld waarin deze magie voortduurt.

Het mysterie van het goddelijk vrouwelijke spreekt tot ons vanuit haar schepping. Zij is geen verafgelegen god in de hemel, maar een aanwezigheid die hier met ons is, en ons antwoord nodig heeft. Zij is het goddelijke dat terugkeert om haar schepping te claimen, het echte wonder van wat het betekent om te leven. Wij zijn haar vergeten, zoals we zo veel van wat heilig is vergeten hebben, en toch is ze altijd deel van ons. Maar nu moet zij weer gekend worden, niet als mythe, als een spiritueel beeld, maar als iets dat hoort bij het bloed en de adem. Zij kan ons wakker maken voor een verwachting die in de lucht hangt, voor een oeroude herinnering, die opnieuw, maar anders gaat leven. Zij kan ons helpen het goddelijke dat in ons is geboren te laten worden, naar de eenheid die helemaal om ons heen is. Zij kan ons helpen ons onze werkelijke natuur te herinneren.

g

Noten

Introductie
1. Geciteerd door Chittick, Imaginal Worlds, p.80.

1. Het Vrouwelijke Mysterie van de Schepping opnieuw claimen
1. Vert. door Barbara Newman, Sisters of Wisdom: St. Hildegard’s Theology of the Feminine, p.62.
2. Zie de geschriften van Helen Luke, met name: Woman: Earth and Spirit, p.3.